Bijna niet te geloven
Hebt u ook wel geloofsvragen? De strijd tussen verlangen naar geborgenheid en twijfel, tussen willen geloven en niet kunnen? Of hebt u het denken over God reeds als louter onzin opgegeven? Ziet u de Bijbel alleen maar als wetboek, de kerk als instituut voor moeilijk opvoedbare mensen en God als uit-de-tijdse zedenprediker?
Geen wonder dat het christendom u dan niets te bieden heeft, dat u alles wat met godsdienst te maken heeft als bedrukkend ervaart en daar niets van horen wilt. Tenslotte is het leven al met zoveel plichten en verplichtingen volgestouwd dat aan bijkomende verplichtingen van godsdienstige aard geen behoefte wordt gevoeld en men er al helemaal niet warm voor te krijgen is.
Ik kan u overigens wel begrijpen, en weet u ook waarom? Wel, omdat ik er persoonlijk net zo tegenover heb gestaan. Mijn leven lang dacht ik dat een christen iemand was die voortdurend leeft onder de zweepslag van een 'je zult' en wiens leven door een morele roede beheerst wordt. Maar ik wilde vrij zijn en léven. Daarbij had ik van ware vrijheid, de heerlijke vrijheid in Christus, geen benul.
Vandaag echter 'moet' ik niet, nee 'mag' ik deelhebben aan Gods bezig zijn in onze wereld en daarnaast mij verheugen op de hemelse heerlijkheid. Een rijk leven in innerlijke vrede en met een eeuwige hoop. Bij het lezen van de Bijbel ontdekte ik de liefde van God en dat aan het 'gij zult' voorafgaat: 'Ik ben de HERE, uw God'. Een geweldige, toezegging, waarmee God Zich voorstelt, en tegelijk de uitnodiging om onder Zijn heerschappij, Zijn bescherming, te leven en Zijn aanbod van heil aan te nemen: de Here Jezus Christus; Hem, Die van Zich zegt: 'Mij is gegeven alle macht in hemel en op de aarde. Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld.'
En zal ik aan deze Goddelijke belofte twijfelen? Ongeveer vijftien jaar geleden heb ik de stap gewaagd om me met God en Zijn beloften in te laten. En ik mag zeggen dat ik daar tot op heden nog geen dag spijt van heb gehad. Integendeel, in plaats van onvrede en strijd in mijn hart ervaar ik nu steeds opnieuw de vrede van God. Voor mijn twijfels, mijn ongeloof en mijn zonden heeft Jezus op het kruis geleden en mij alles vergeven. Nu mag ik alle dagen van mijn leven en in iedere situatie in innige gemeenschap met Hem leven. Zelfs wanneer ik faal, mijn fouten of moeilijkheden mij terneerdrukken, mag ik Zijn nabijheid in gebed zoeken. Vergeving, geborgenheid, hoop is bij Hem te vinden. Het gaat er niet om onder zelfkwelling een of andere plicht te vervullen, maar vrij en vrolijk te worden.
Het is nu niet meer: doe dit en Iaat dat, maar in opzien naar God in Zijn oneindige liefde te mogen en willen leven. Wilt ook u niet elke weerstand opgeven en het met Jezus wagen? Hij kan, wil en zal u vrede schenken. Nu en eeuwig!
K. H. Gries
